30.4.07

De jaren '90

Ik kocht de Humo met de Bel 90-cd, want daarop stonden de liedjes van mijn jonge jaren. Die kan ik nog zo meezingen. Bijna allemaal.
En zo zaten we ineens naar de cd van Metal Molly te luisteren.
Super super super super super super super skunk!

29.4.07

Zondagmiddag

Hij kijkt naar een eindeloze Luik-Bastenaken-Luik.
Ik kijk in een tijdschrift.
Samen eten we in een record-tempo een hele buis sour cream and onion-Pringles leeg.
Daarna hebben we buikpijn.

24.3.07

En van mijn lief kreeg ik een boek

Vanmorgen waren we op de Kringwinkel Retrobeurs. Ik trapte op tenen, stond in de rij, vocht mijn weg doorheen de massa en kocht twee blikken dozen, een vaas, een kom, een kader en een cadeautje.
Vanmiddag had ik hoofdpijn, viel ik slaap en kon ik niet zien hoe Tom Boonen derde werd.
Maar mijn hoofdpijn is weg en nu het webshoppen lonkt, gaan we uit.

Ett foto i timmen / Eén foto per uur

De tijd vliegt snel. Dit was vorige week zondag.


Meer zondag 18 maart via Ett foto i timmen.

18.3.07

Weggaan

We zouden naar Lissabon, Berlijn, Rome, Helsinki en Talinn gaan.
Maar nu we gaan naar Den Haag.
We gaan naar het Meisje met de Parel kijken, naar het Letterkundig Museum en naar Scheveningen. We gaan waarschijnlijk niet naar de Keukenhof.

15.3.07

Lied van de week

* De eerste picnic van het jaar was in het Warandepark in Brussel, met collega G. en zicht op het justitiepaleis.
* Le canard, la mort et la tulipe van Wolf Erlbruch.
* Tijdens de lunch met heren illustrator en schrijver dacht ik, wijlst met rode oren luisterend: he, dit is mijn job. Dit is mijn job, en buiten scheen de zon op het grasveld.
* Kvraagetaan.
* Oliebollen na een gezonde veggie maaltijd.
* En deze:

'Maar het valt niet mee om weg te doezelen. Dippie op de brits onder me hoest telkens na een paar trekjes van zijn Gunston-saffie slijm op. Opa huilt en zijn gebit ratelt in een glas op de wasbak. Om niet uit de toon te vallen kreunt de schapenboer af en toe.
Dan schopt opa zijn schoenen uit en moet ik bij het schuin openstaande raam naar lucht happen.
De trein fluit door een dorp met ramen als jakhalsogen en mijn romantische illusies over treinreizen vervliegen, samen met de rook van Dippies Gunston, in de koude, zwarte Karoo.'
Troy Blacklaws Bloedappel (p. 142)

9.3.07

Misantropie

Vanochtend op de trein werd ik ingesloten door zeven studenten die alle zeven nog moesten ontbijten, hardop commentaar gaven bij hun Metro's en naar allerlei spannende filmpjes op een laptop keken.
Vanavond zat ik op de trein met een meneer in jogging pak en met een gsm aan een touwtje rond zijn hals. Hij had een hond bij die tegen mijn been kwispelstaartte en daarna naast zijn baasje op de zetel sprong. (Dat mocht niet van de conducteur, maar hij/zij/het deed het toch.) Toen de man plastic zakjes tevoorschijn haalde, dook ik diep diep diep weg in mijn Humo.

8.3.07

Een heel nieuw wielerseizoen (2)

'Langzamerhand begon ik een zekere verstandhouding met de barman te krijgen. Altijd als we elkaar tegenkwamen op de trap knikten we elkaar toe. Wanneer ik aan het einde van de middag mijn kopje koffie ging drinken, maakten we wel eens een praatje. We hadden het over voetbal, over autoraces. Dat we niet over een gemeenschappelijke taal beschikten, deerde ons niet. Over wielrennen, bijvoorbeeld, raakten we niet uitgepraat. Moser, zei hij. Merckx, merkte ik even later op. Coppi, zei hij, Fausto Coppi. Ik roerde met mijn lepel in mij koffie, knikte instemmend, peinzend. Bruyère, mompelde ik. Bruyère? zei hij. Ja zeker, Bruyère. Hij leek niet overtuigd. Ik meende dat de conversatie daar wel zou stagneren, maar toen ik aanstalten maakte van de bar op te staan, hield hij me tegen bij mijn arm. Gimondi, zei hij. Van Springel, antwoordde ik. Planckaert, voegde ik eraan toe, Dierieckx, Willems, Van Impe, Van Looy, De Vlaeminck, Roger de Vlaeminck en zijn broer Eric. Wat kon iemand daar nog op zeggen? Hij liet het erbij. Ik betaalde de koffie en ging terug naar mijn kamer.'
Jean-Philippe Toussaint, De badkamer (p. 50-51)

7.3.07

Boodschappenlijstje

Mensen kennen is goed. Mensen kennen is leuk.
Nu F. naar Zweden gaat, krijgt hij dit boodschappenlijstje mee:
1. Hur kär får man bli van Katarina von Bredow
2. minstens één boek over Hedvig van Frida Nilsson

3.3.07

Een heel nieuw wielerseizoen

In de regen en de geur van warme massages.

2.3.07

Lou Reed is jarig en mijn lief ook

Lou Reed is jarig en mijn lief dus ook.
Ik ging naar de dokter omdat ik me een ribontsteking gehoest heb. Nu mag ik niet meer hoesten. En ook niet dweilen en geen zware dingen oprapen. Of in de Fnac de laatste Jamie Oliver terugzetten op een te hoge plank. Auw.
Maar.
Het was ledendag in de Fnac en we kochten niets. Daarna gingen we naar MacDonalds voor twee BigMac menu's. Ik dronk ice tea, wat ik nooit drink omdat ik het vies vind smaken, ik dronk ice tea want ik dacht dat het cola was en ontdekte pas na drie grote slokken dat dat niet klopte.
Lou Reed is jarig en mijn lief luistert naar de Lou Reed-special op de radio.
Ik ga een boek zoeken en bij hem kruipen en lang wakker blijven omdat het vrijdag is en het kan.

27.2.07

Van het licht en bijna

's Ochtends kunnen mijn fietslichtjes in mijn tas blijven.
's Avonds fiets ik naar huis in dat onbestemde blauw tussen licht en donker.

25.2.07

Nu

Heb ik zin in een Big Mac, frieten en cola.

23.2.07

De luxe

van gestreken zakdoeken.

14.2.07

My sweet Valentine

En toen werd mijn lief ziek. Toen begon ik een nieuwe job, werd mijn lief nog zieker en had ik een treinkaart en elke dag twee uur tijd om te lezen.
Op de terugweg zie ik twee jongens met bossen bloemen.
Ik haast me op de fiets naar het ziekenhuis, geen tijd voor bloemen, geen tijd voor chocola.
Ik wil naar mijn lief.
Ik fiets bijna verloren en laat me bijna omver rijden.
Ik wil naar mijn lief.