16.2.08

Geen gezoen, vlug opendoen

T. zegt: dag P. Geen gezoen.
K. zegt: dag P. K. zoent P.
K. zegt: dag K. K. zoent K.
M. zegt: dag P., dag K. en zoent P., maar niet K.
Ik zeg: dag P, dag K. Geen gezoen, vlug opendoen.

Geen opmerkingen: